Wetenschappelijk onderzoek en studies
Er zijn natuurlijk bijzonder veel verschillende soorten van tumoren. De ene tumor is vaak een stuk beter te behandelen dan de andere. Wetenschappers zoeken dagelijks naar innovatie behandelingen. Maar daarvoor is er meer kennis nodig over deze tumoren.
Op vraag van de werkgroep Hersentumoren maakten Prof.Frederik De Smet en Prof. An Coosemans , onderzoekers aan de KU Leuven , een mooi overzicht over de mogelijke innovatieve therapieën voor glioblastoom die op heden in onderzoek zijn. We zijn nu anno 2026 en zien dat de weg nog lang is maar de gedrevenheid van onderzoekers in België en de rest van de wereld stemt ons hoopvol. Iedereen die wil en kan bijdragen op welke manier dan ook om dit onderzoek te stimuleren dragen we een warm hart toe en zullen zeker steunen waar mogelijk.We blijven graag op de hoogte van nieuwe evoluties.
Glioblastoom is de meest agressieve vorm van primaire hersenkanker: de tumor groeit snel, reageert slecht op bestaande behandelingen en keert bijna altijd terug na therapie. Daarom investeren onderzoekers wereldwijd veel energie in het ontwikkelen van nieuwe therapieën die verder gaan dan de huidige standaard behandeling die bestaat uit een operatie, bestraling en chemotherapie en vaak maar een beperkte effect hebben.
Immunotherapie: het immuunsysteem als bondgenoot
Een van de grootste onderzoeksgebieden is immunotherapie: behandelingen die het eigen immuunsysteem van de patiënt sterker maken om tumorcellen te herkennen en aan te vallen. Hierbij zijn er verschillende belangrijke strategieën in ontwikkeling:
- Immune checkpoint remmers (zoals middelen die de PD-1/PD-L1 route blokkeren) proberen de rem op de afweerreactie weg te nemen. Deze behandelingen werken zeer goed voor huidkanker en longkanker bijvoorbeeld. Klinische studies laten echter zien dat deze middelen bij glioblastoom tot nu toe maar bescheiden effect hebben gehad.
- Kankervaccins
- CAR-T-celtherapieën is een behandeling waar immuuncellen van de patiënt in een laboratorium worden veranderd zodat ze de kankercellen beter kunnen aanvallen wanneer ze terug ingespoten worden bij de patiënt. Deze behandeling heeft goede resultaten bij patiënten met bloedkankers. Dit soort therapie is al getest in vroege klinische studies en toonde bij sommige patiënten met een hersentumor een tumorverkleining, maar de voordelen zijn meestal tijdelijk en er zijn nog veel obstakels.
- Dendritische cel immunotherapie waarbij dendritische cellen, de “politie-agenten” van ons immuunsysteem, geactiveerd worden in het laboratorium zodat ze de kankercellen beter kunnen herkennen wanneer ze terug bij de patiënt worden ingespoten. Deze technologie bestaat al lang maar kent vele soorten varianten en een echte doorbraak is er nog niet geweest voor patiënten met hersentumoren.
- mRNA-vaccins werken zoals het COVID-mRNA vaccin, maar in tegenstelling tot COVID waar we worden gevaccineerd om te vermijden dat we corona krijgen, is een kanker mRNA vaccin bedoeld om het immuunsysteem te activeren zodat kankercellen efficienter kunnen worden aangevallen. Dit is een technologie, die dankzij de kennis van COVID, nu in een stroomversnelling is gekomen en voor hersentumoren zit dit nog grotendeels in vroege klinische testen.
- Oncolytische virussen zijn virussen die een voorliefde hebben voor kankercellen en gezonde cellen ongedeerd laten. Als ze worden ingespoten bij een patiënt, zullen ze dus de kankercellen infecteren en direct doden en tegelijk immuunreacties opwekken. Dit is een techniek veel aandacht krijgt in de behandeling van hersentumoren maar ook hier is er voorlopig nog geen doorbraak. Oa de keuze van het juiste soort virus is van groot belang, maar er is zeker potentieel.
Hoewel sommige immunotherapieën al in klinische studies bij patiënten worden getest, betekent dat niet dat ze brede beschikbaarheid hebben. Meestal gaat het om vroege fasen (fase I/II) waarin veiligheid en bescheiden werkzaamheid worden geëvalueerd. Grootschalige fase III-studies, die nodig zijn om een behandeling echt goedgekeurd en standaard te maken, kunnen 5 tot 10 jaar of langer in beslag nemen.
Precisiegeneeskunde: gericht en gepersonaliseerd aanvallen
Glioblastoom is geen homogene ziekte. Er zijn grote verschillen tussen patiënten en zelfs in eenzelfde patiënt worden meestal verschillende soorten kankercellen teruggevonden. Daarom richten onderzoekers zich op precisiegeneeskunde, waarbij behandelingen worden gekozen op basis van de specifieke moleculaire kenmerken van een tumor. Door inzicht te krijgen in genetische afwijkingen en signaalroutes die tumorcellen hun agressieve gedrag geven, proberen wetenschappers gerichte medicijnen te ontwikkelen die deze paden blokkeren.
Uit onderzoek blijkt nu dat het vaak niet alleen draait om het in kaart brengen van genetische afwijkingen in de tumor, maar ook om te onderzoeken hoe de tumor daadwerkelijk reageert op verschillende behandelingen. Naast MRI-scans en weefselanalyses om klassieke biomarkers te bepalen, werken onderzoekers aan wat we functional precision oncology noemen. Hierbij worden kankercellen van de patiënt buiten het lichaam (dus in een laboratorium) getest op hun reactie tegenover verschillende geneesmiddelen, om te zien welke therapieën het grootste effect hebben in de cellen van die specifieke patiënt. Deze ex-vivo drug-screening kan artsen inzichte geven van welke middelen of combinaties het meest belovend zijn voor de tumor van een individuele patiënt, en vormt zo een waardevolle aanvulling op puur genetische informatie. Klinische studies waarin dergelijke functionele testen worden gebruikt om behandelkeuzes aan te sturen, worden langzaamaan opgestart.
Nanotechnologie en betere medicijnafgifte
Een andere uitdaging bij hersentumoren is dat veel medicijnen de bloed-hersenbarrière niet goed kunnen passeren, waardoor ze de kanker nauwelijks bereiken. Onderzoekers ontwikkelen nanotechnologische systemen en slimme aflevermethoden, bijvoorbeeld via de neus, om medicijnen precies bij de tumor te krijgen en tegelijkertijd bijwerkingen te beperken. Dit type technologie staat nog grotendeels in de onderzoeksfase op het laboratorium en het kan nog meer dan 10 jaar duren voordat het breed beschikbaar is voor patiënten.
Fundamenteel begrip en combinatiestrategieën
Naast het ontwikkelen van nieuwe middelen blijft fundamenteel onderzoek naar de biologie van glioblastoom cruciaal. Wetenschappers proberen precies te begrijpen waarom deze tumor zo moeilijk te behandelen is, hoe de tumoromgeving het immuunsysteem onderdrukt, en waarom bijna alle patiënten hervallen. Dit fundamentele inzicht cruciaal om nieuwe inzichten om te zetten naar nieuwe therapie. Bovendien laten resultaten uit de eerste studies met immunotherapie zien dat combinaties van verschillende strategieën, bijvoorbeeld immunotherapie plus gerichte middelen of nanotechnologie, misschien effectiever zijn dan één enkele therapie.
Samengevat
Het onderzoek naar glioblastoom richt zich vandaag op meerdere fronten tegelijk: het immuunsysteem beter gebruiken, de tumor genetisch en moleculair gericht aanvallen, medicijnen efficienter in de hersenen krijgen en nog beter begrijpen waarom deze kanker zo hardnekkig is. Sommige van deze ideeën worden nu al in patiëntenstudies getest, maar de meeste zijn nog niet klaar om als standaardbehandeling gebruikt te worden en zullen waarschijnlijk jaren of langer nodig hebben voordat ze breed beschikbaar zijn, tenzij voortijdige doorbraken optreden
Prof. Dr. Ir. Frederik De Smet
Prof. Dr An Coosemans
KU Leuven
Wellicht zijn er heel wat onderzoekscentra In België , Europa en rest van de wereld die zoeken naar oplossingen, laten we hopen dat er in de loop van komende jaren hoopvolle berichten zullen komen over nieuwe behandelingen. Als er lezers zijn die bezig zijn met wetenschappelijk onderzoek dat interessant is om te delen op deze website horen we dat graag. We willen ook zeker meewerken aan projecten of fundraising activiteiten om dit onderzoek te ondersteunen daar waar mogelijk. Het is door samen te werken dat er vooruitgang is.