Chirurgie
De standaardbehandeling voor een hersentumor is de volledige of gedeeltelijke verwijdering van de tumor middels chirurgie. Uiteraard geldt dit uitsluitend voor toegankelijke tumoren. Met een MRI-scan gekoppeld aan een driedimensioneel assensysteem (stereotaxie) brengt men de hersenen volledig in kaart (mapping). Hiervoor gebruikt men soms een vast frame dat op de schedel bevestigd wordt, soms gebruikt men ook een systeem van zelfklevende elektroden die als referentiepunten dienen.
De ingreep gebeurt onder een zeer lichte narcose. Soms sedeert men de patiënt tijdens de opening van de schedel en laat hem vervolgens weer tot bewustzijn komen. Dit procedé noemt men “wakkere chirurgie.” Op die wijze verkrijgt men de medewerking van de patiënt om uit te maken of bepaalde hersencellen nog functioneel of gezond zijn, en ook om te zien of ze tot de vitale functies behoren. Men zal op die manier proberen om regio’s van de motoriek, de spraak en de zintuiglijke waarnemingen zoveel mogelijk te ontzien. Die zijn uitermate belangrijk voor het functioneren van de patiënt na de ingreep, en voor zijn/haar levenskwaliteit.
Chirurgie bij Hersentumoren
Een chirurgische ingreep is een belangrijke stap in de behandeling van een hersentumor. Het is vaak ook de eerste stap. Dankzij geavanceerde technieken is chirurgie vandaag de dag veiliger en effectiever dan ooit tevoren. De chirurgie kan verschillende doelen hebben. De neurochirurg zal de strategie afstemmen op jouw specifieke situatie:
- Diagnostiek (Biopsie): Analyse van het weefsel is cruciaal om het type tumor en de genetische kenmerken te bepalen, wat de rest van het behandelplan stuurt. Elke hersentumor is biologisch uniek, en de behandeling wordt steeds meer gebaseerd op de moleculaire kenmerken van de tumor, niet alleen op wat men op een scan ziet. Dat weefsel wordt vaak bekomen door een operatie waarbij d etumor wordt verwijderd, maar in sommige gevallen voert men een naaldbiopsie uit, waarbij enkel een klein stukje weefsel wordt afgenomen voor verder onderzoek.
- Maximale veilige resectie: Het streven is om zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen zonder vitale hersenfuncties (zoals spraak of motoriek) te beschadigen. Het is niet het doel om elke tumor 'volledig' te verwijderen als dat ernstige invaliditeit zou veroorzaken, aangezien dat op zich ook negatieve impact kan hebben op de prognose. De focus ligt op maximale veilige resectie.
- Drukvermindering: Een tumor kan vochtophoping of druk in de schedel veroorzaken. Door (een deel van) de tumor te verwijderen, kunnen klachten zoals hoofdpijn, misselijkheid of uitvalsverschijnselen direct afnemen.
Er wordt gebruik gemaakt van moderne hulpmiddelen om de operatie zo nauwkeurig mogelijk uit te voeren:
- Neuronavigatie: Een soort 'GPS voor de hersenen' die tijdens de operatie exact aangeeft waar de tumor zich bevindt ten opzichte van de instrumenten.
- Fluorescentie-geleide chirurgie: Door het drinken van een speciale contrastvloeistof (zoals 5-ALA) vóór de operatie, kunnen tumorcellen onder een speciaal licht oplichten, waardoor ze beter te onderscheiden zijn van gezond weefsel.
- Intra-operatieve monitoring & wakkere chirurgie: Als een tumor in of dicht bij gebieden van de hersenen ligt waar zich belangrijke functies bevinden (zoals het spraakcentrum), kan deze functie in kaart gebracht worden tijdens de operatie. Hierbij kan het ook dat de patiënt tijdens een deel van de operatie wakker gemaakt worden om die functies direct te kunnen testen. Dit is niet pijnlijk en verkleint het risico op blijvende schade aanzienlijk.
Niet elke hersentumor kan of moet direct geopereerd worden. De beslissing hangt af van:
- De locatie: Tumoren in de hersenstam of diepgelegen structuren zijn soms te riskant om te opereren. In dat geval wordt meestal in eerste instantie een biopsie genomen waarna de verdere behandelopties worden afgestemd op het type tumor.
- De aard van de tumor: Bij zeer traag groeiende, goedaardige tumoren die geen klachten geven, kan soms gekozen worden voor een 'wait-and-see' beleid met regelmatige scans.
- De algemene conditie: De gezondheid van de patiënt moet de operatie en de narcose toelaten.
De herstelperiode na de operatie varieert per persoon. Vaak volgt na chirurgie een aanvullende behandeling (adjuvante therapie) zoals radiotherapie of chemotherapie om eventueel achtergebleven microscopische cellen aan te pakken. Dit wordt altijd besproken in een Multidisciplinair Oncologisch Consult (MOC), waarbij verschillende specialisten samen de beste vervolgstappen bepalen.