Logopedie
Spraakstoornissen kunnen ontstaan door de hersentumor zelf of na een behandeling.
Logopedie
De logopedist(e) is deskundig op het gebied van spraak, taal, stem en slikken. Een hersentumor kan, zoals andere vormen van NAH, leiden tot de volgende stoornissen:
- Spraakstoornissen: dysarthrie, verbale apraxie
- Stemstoornissen: afonie, dysfonie
- Slikstoornissen: dysfagie
De aard van de symptomen is afhankelijk van de plaats van het letsel in de hersenen. Via een arts of neurolinguïst kan advies gevraagd worden aan een logopedist(e). Die is zowel vertrouwd met het onderzoek naar de stem, de spraak, de taal en het slikken als met de behandeling ervan. Logopedie stelt zich tot doel de patiënt en zijn omgeving te informeren over de stoornis en de behandeling ervan. Indien er sprake is van andere cognitieve klachten zoals geheugenklachten, concentratiestoornissen, perceptiestoornissen (bijvoorbeeld neglect) en gedragsveranderingen (bijvoorbeeld verminderde initiatiefneming of apathie, ontremd gedrag) zal de logopedist(e) in samenspraak met de behandelende arts doorverwijzen naar een uitgebreid cognitief onderzoek door een neurolinguïst of neuropsycholoog.
Dysartrie is een spraakstoornis waarbij de werking van één of meerdere spieren die bij het spreken betrokken zijn verstoord is. Men kan de woorden en zinnen wel vinden, maar zij worden niet duidelijk uitgesproken. De oorzaak is een gebrekkige bezenuwing, en bijgevolg werking van de spieren door een organisch defect van het motorische zenuwstelsel. Dit letsel kan centraal of perifeer gelegen zijn.
Verbale apraxie is eveneens een spraakstoornis. De stoornis betreft hier echter een probleem bij het programmeren van de spraakmusculatuur voor de productie van fonemen (abstracte taaleenheden, groeperingen van klanken) en van de achtereenvolgende spierbewegingen voor de bewuste productie van woorden. Het gaat dus niet om de uitvoering van de beweging, maar om het stapje daarvoor: het programmeren.
Afasie is een verworven taalstoornis veroorzaakt door een hersenletsel waarbij het begrijpen en uiten van gesproken en geschreven taal gestoord zijn (Dharmaperwira, Prins, 1989/1998). Aangezien het om een taalstoornis gaat zijn het non-verbale geheugen en het denken in principe in principe intact gebleven. Men kan denken, maar het uiten ervan via taal is gestoord.
Afonie en dysfonie betreffen respectievelijk het verlies van de stemfunctie en een storing van de stemfunctie. Dit komt door een unilaterale verlamming van de stembanden.
Dysfagie is een slikstoornis die het gevolg kan zijn van een neurologische stoornis.
Belangrijk om weten is dat er geen pasklare oplossing bestaat voor een bepaalde taal-, spraak- of stemstoornis. De therapie wordt individueel bepaald. Een stoornis bestaat uit een aantal subtypes en bovendien komt een stoornis slechts zelden zuiver voor, maar meestal samen met een andere stoornis. Andere bepalende factoren zijn de medische diagnose en de antecedenten, de ernst van de stoornis en de motivatie van de patiënt. De logopedist(e) zal dus steeds vanuit een individuele casus een advies en doel formuleren. Daarom is het van belang een logopedist(e) te contacteren die gespecialiseerd is en/of veel ervaring heeft ten aanzien van een bepaald probleem. Bijvoorbeeld: voor een stemstoornis contacteer je best een stemtherapeut. Zo kan er bijvoorbeeld bij stembandverlammingen neuromusculaire elektrofonatoire stimulatie gegeven worden. In het geval van afasie neem je best contact op met een deskundige op dat domein.
Laat je steeds zo vlug mogelijk begeleiden bij je spraak- of taalproblemen. Dit kan al in de acute fase, namelijk in het ziekenhuis. Vanuit het ziekenhuis kan indien nodig ook het vervolg van de behandeling geregeld worden. Je hebt steeds twee mogelijkheden: ambulante therapie, of een logopedist(e) die begeleiding aan huis verzorgt. De mutualiteit voorziet een tussenkomst in de kosten voor de logopedische begeleiding. Ineke Wilssens, Logopediste
Werkgroep Hersentumoren vzw vestigt de aandacht op het gegeven dat revalidatie na een hersenletsel niet beperkt kan worden tot een periode van 3 maanden, maar soms jaren in beslag kan nemen. Bij sommige patiënten zal continu “onderhoud” nodig zijn om het behaalde niveau te behouden. Logo, kine en ergo kan men ook beschouwen als een soort educatieve stimulering, waarbij men vermijdt dat de patiënt in een negatieve spiraal terechtkomt die kan uitmonden in apathie, depressie en zelfs armoede. Het beleid van de overheid is er momenteel op gericht revalidatie alleen toe te staan indien er vooruitgang wordt geboekt. Die zienswijze stemt niet overeen met de noden van mensen met een chronische hersenaandoening.